Waterplanten

FLORON helpt bij herstel van watervegetatie.
De laatste jaren zet FLORON zich ook steeds vaker in voor onderzoek naar en bescherming van de Nederlandse waterplanten. Nederland is immers een waterrijk land met vele ondiepe wateren, zoals meren en sloten, waarin waterplanten een essentiële rol vervullen (figuur 1). Door de eutrofiëring (toename van meststoffen zoals stikstof en fosfaat) en het waterbeheer hebben veel water- en oeverplanten het moeilijk. Maar door het herstel van waterkwaliteit en bijvoorbeeld de aanleg van natuurvriendelijke oevers komen water- en oeverplanten weer in steeds meer wateren voor. Echter zijn dit niet in alle gevallen wenselijke soorten (denk aan woekering van slechts één soort of van invasieve exoten) of hebben meer typische soorten moeite zich te vestigen in de vegetatie (o.a. door beperkte zaadbank of door woekering inheemse planten).     

figuur 1. Functies van waterplanten in ondiepe wateren.

FLORON zet zich samen met vrijwilligers en natuurbeheerders in voor het herstel van diverse watervegetaties door het verzamelen van verspreidingsgegevens van waterplanten, het uitvoeren van ecologisch onderzoek en het adviseren van waterbeheerders over beheer- en herstelmaatregelen t.b.v. de Nederlandse waterflora en ecologie. 

Natuurvriendelijke oevers

Achtergrond
Van nature was de overgang tussen water en land geleidelijk in langzaam stromende of stilstaande wateren, alsmede in de binnenbocht van sneller stromende wateren. Dit resulteerde in een brede oeverzone waar water in meer of mindere mate invloed uitoefent op de ecologie. Door menselijk handelen zijn veel oevers in het verleden steeds smaller en rechter geworden, waardoor de overgang tussen water en land steeds strakker werd. Met in het extreemste geval een kaarsrechte beschoeide oever. Hierdoor is er ook minder ruimte voor flora en fauna typisch voor deze semi-aquatische delen.

De aanleg van natuurvriendelijke oevers is voor waterbeheerders een belangrijk middel voor het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Het doel van deze Europese richtlijn is het verbeteren van de kwaliteit van Europese wateren, zowel chemisch als biologisch. Het idee van natuurvriendelijke oevers is dat zij onder andere bijdragen aan een grotere biodiversiteit en waterberging. De potentiele meerwaarde van een bredere amfibische zone voor de natuur en waterkwaliteit is de laatste jaren veelvuldig ter spraken gekomen. Om de amfibische zone weer te verbreden zijn in Nederland vele kilometers aan natuurvriendelijke oevers aangelegd, tussen 2009 en 2014 ruim 2500 km met miljoenen euro’s aan kosten. ‘Natuurvriendelijke oever’ is een verzamelnaam voor de (her-)inrichting van oevers die naast een waterkerende functie ook bij moeten dragen aan de ecologie. Enkele veel voorkomende varianten zijn het de plas-/drasberm en het flauw talud (figuur 2). Ondanks dat er nog steeds veel nieuwe oevers worden aangelegd, hebben lang niet alle oevers het gewenste effect (FLORON data, 2017).   

Het onderzoek
FLORON onderzoekt welke planten er op de oever en in het water groeien. Een groot deel van de reeds aangelegde oevers heeft inmiddels meerdere jaren de tijd gehad om zich te ontwikkelen. Het bestaande monitoringsprogramma van de Kaderrichtlijn Water geeft weinig inzicht in de feitelijke kansen en beperkingen die de oever in z’n huidige vorm biedt voor flora en fauna. Het is hierdoor moeilijk om antwoorden te krijgen op vragen als ‘Wat is de ecologische meerwaarde van een natuurvriendelijke ten opzichte van een traditionele oever met een steil talud?’ en ‘Met welke maatregelen kunnen de omstandigheden voor soorten nog verder verbeterd worden?’.   

Tussen 2017 en 2019 worden de vegetatie, het type oever en het beheer van ongeveer 100 natuurvriendelijke én traditionele oevers, verspreid over het hele land gelegen, geïnventariseerd door FLORON. De diversiteit aan vissen en amfibieën wordt onderzocht door RAVON. Ook bepalen we enkele eigenschappen van de oevers, en omliggend gebied, om inzicht te krijgen in wat voor effect de morfologie van een oever bijvoorbeeld heeft op de biodiversiteit van plant en dier. Uit de flora en fauna inventarisaties berekenen we de soortenrijkdom en diversiteit (Shannon index). Ook bepalen we hoeveel van dezelfde soorten er in de referentie als in de natuurvriendelijke oever (NVO) groeien en hoeveel soorten exclusief in een NVO groeien. Deze gegevens gebruiken we om statistisch te evalueren wat de ecologische meerwaarde is van NVO’s en of we dit kunnen linken aan bepaalde inrichting- of beheermaatregelen. Daarnaast informeren we de Nederlandse bevolking om kennis uit te dragen omtrent natuurvriendelijke oevers en om draagvlak te creëren voor ecosysteemherstel maatregelen. Daarnaast worden we ook geholpen door betrokken lokale vrijwilligers om onder andere inzicht te krijgen in hoe en wanneer de oevers beheerd worden en hoe aantrekkelijk ze gevonden worden door recreanten of aanwonenden.

Op dit moment wordt het project uitgevoerd met financiële bijdragen van zes waterschappen (Waterschap Vallei & Veluwe, Vechtstromen, Waternet, Rijnland, Stichtse Rijnlanden, Wetterskip Fryslân), twee provincies (Noord-Holland en Gelderland) en de STOWA. Maar we zijn in gesprek met andere waterschappen die mogelijk ook oevers willen onderzoeken binnen dit project.   

Eerste resultaten
In 2017 zijn ongeveer 90 locaties geïnventariseerd rondom de oeverzone. Uit de voorlopige resultaten komt naar voren dat natuurvriendelijke oevers een meerwaarde hebben voor met name moerasplanten (Figuur 3). Gemiddeld blijken natuurvriendelijke oevers zo’n tien plantensoorten meer te herbergen dan een nabijgelegen niet-heringerichte oever. Dit is waarschijnlijk deels te danken aan de bredere ‘drassige’ zone van de NVO’s, waarin water invloed uitoefent op de vegetatie. Dit positieve effect geldt echter gemiddeld genomen alleen voor oeverplanten en niet voor ondergedoken waterplanten. Mogelijke oorzaken worden nog onderzocht, maar waarschijnlijk speelt een gebrek aan geschikt ondiep, open water voor ondergedoken waterplanten een rol.


figuur 3. Gemiddelde gemeten meerwaarde van de NVO ten opzichte van de gepaarde niet-heringerichte oever m.b.t. soortenrijkdom en diversiteit van planten en vis. Positieve waarde indiceren hogere waarde in de NVO t.o.v. de traditionele referentie. (Verschil NVO-referentie is getoetst met: gepaarde t-test en Wilcoxon gepaarde rang test: p<0.001 ***; p<0.01 **; p>0.05 ns).

Wat betreft de vissen is gemiddeld één soort meer gevonden in natuurvriendelijke oevers dan in traditionele oevers; dit betrof vaak een algemeen voorkomende soort (Figuur 3). Waarschijnlijk speelt ook hier de plotselinge overgang tussen de drassige moeraszone en het diepere water een rol, waardoor een ondiepe waterzone met ondergedoken waterplanten ontbreekt. Dit wordt volgend jaar verder onderzocht. In stromende wateren ontbraken veelal stromingsminnende en migrerende soorten. Mogelijke oorzaken zijn de aanwezigheid van obstakels voor de migratie en/of het gebrek aan stroming. Tijdens ons bezoek aan de beken konden we in ongeveer de helft van de gevallen nauwelijks stroming waarnemen.  

Opmerkelijk is dat de inrichting van natuurvriendelijke oevers sterk verschilt. De breedte van de oeverzone varieert van enkele decimeters tot enkele tientallen meters. Naast de inrichting lijken ook verschillen in het onderhoud van groot belang. Onderhoud kan nodig zijn om dominantie van enkele hoogproductieve soorten te voorkomen, maar kan ook de scherpe grens tussen drassige oever en diep open water in stand houden, waardoor de zone met ondergedoken waterplanten afwezig blijft. Hier wordt volgend jaar verder aandacht aan besteed. De eerste resultaten van dit evaluatieproject zijn aan het eind van 2017 gepresenteerd aan de projectpartners en waren direct voer voor interessante discussies tussen de deelnemende partijen. Ze laten zien dat er veel te leren valt van natuurvriendelijke oevers die er al enige tijd liggen, zowel wat betreft de huidige bijdrage aan de biodiversiteit als de verbeterpunten voor de toekomst m.b.t. inrichting en beheer. In 2018 volgt het tweede veldseizoen waarin we, naast onze eigen inventarisatie, ook vrijwilligers zullen betrekken bij het project. Verder zal er dit jaar ook meer aandacht voor de macrofauna en gaan we verder in op individuele oevers om waterbeheerders te helpen het maximale te halen uit de oevers in hun beheergebied, gelet op de gestelde doelen. Wordt dus vervolgd…   

Meer weten of zelf meedoen? 
 * Bekijk ons introductiefilmpje: https://youtu.be/xykmrHzHdTI
 * Neem contact met ons op: janssen@floron.nl