Soortenbescherming

FLORON werkt samen met terreinbeheerders en vrijwilligers aan het opstellen en uitvoeren van regionale beschermingsplannen die gericht zijn op behoud en herstel van plantensoorten die in Nederland sterk achteruitgaan. Op dit moment werken we aan de volgende soortbeschermingsplannen:

  • Herstelplan Zwartblauwe rapunzel in Noord-Brabant
  • Herstelplan Zwartblauwe rapunzel in Drenthe
  • Herstelplan Kleine schorzeneer in Drenthe
In de Rode Lijst worden tien plantensoorten genoemd die al dertig jaar lang in de hoogste bedreigingscategorie staan:  Scherpkruid, Kranskarwij, Brave hendrik, Lange zonnedauw, Breed wollegras, Zandwolfsmelk, Zinkschapengras, Duitse brem, Honingorchis, Spits havikskruid, Knollathyrus, Wilde weit, Vliegenorchis en Trosgamander. Van de meeste van deze soorten beslaat de totale Nederlandse populatie niet meer dan een paar honderd planten. FLORON zal zich de komende jaren inspannen om deze soorten voor toekomstige generaties te behouden.

Meer informatie: Edwin Dijkhuis

Herstelplan Kleine schorseneer

Het voortbestaan van Kleine schorseneer in Drenthe wordt ernstig bedreigd. Zonder actieve maatregelen is deze fraaie soort binnen afzienbare tijd van de Drentse heide verdwenen. Om dit te voorkomen starten we dit jaar, dankzij een financiële bijdrage van de Provincie Drenthe, met een herstelplan voor deze soort. We werken daarbij samen met Staatsbosbeheer, Science4Nature en vrijwilligers van de Werkgroep Florakartering Drenthe.

Kleine schorseneer is een typische bewoner van heischrale graslanden en droge heiden op meestal lemige zandbodems met keileem in de ondergrond. Kleine schorseer heeft een beperkt verspreidingsgebied.  Ze komt alleen voor in Midden-, Zuid- en Oost- Europa en de Kaukasus. Nederland bevindt zich aan noordwestrand van dit areaal. In Nederland is Kleine schorseneer zeer zeldzaam en van oudsher alleen bekend van de Veluwe en Drenthe. Ze is de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan en staat inmiddels als Bedreigd op de Rode lijst. In Drenthe resteert nog één kleine populatie. De achteruitgang is waarschijnlijk het gevolg van voortgaande successie/vergrassing van de groeiplaatsen.

De resterende Drentse populatie kan alleen worden behouden door gericht beheer en door herstel van een voedselarm en relatief open vestigingsmilieu. Maar alleen herstel van het habitat is niet genoeg. Kleine schorseneer is voor een goede zaadzetting (en daarmee overleving) namelijk afhankelijk van kruisbestuiving tussen bloemen van genetisch verschillende planten. De huidige populatieomvang is echter dusdanig klein dat vermoedelijk ook de overgebleven genetische variatie gering zal zijn. Hierdoor zijn de overlevingskansen van de Drentse populatie, ook als het habitat wordt hersteld, bijzonder klein. Daarom gaan we de huidige resterende populatie genetisch verstreken. Alleen op deze manier kan er weer een levensvatbare populatie ontstaan.



Kleine schorseneer in Drenthe. Foto: Bert Blok



Bloemhoofdje van Kleine schorseneer op de Veluwe. Foto: Peter Meininger

Zwartblauwe rapunzel ernstig bedreigd

Het voortbestaan van de Zwartblauwe rapunzel in Nederland wordt ernstig bedreigd. Zonder actieve maatregelen is deze fraaie soort binnen afzienbare tijd uit het landschap verdwenen. Om dit te voorkomen wordt door FLORON gewerkt aan een reddingsplan. Ook is 2014 door FLORON uitgeroepen tot het Jaar van de Zwartblauwe Rapunzel.

In een aantal gebieden is de soort de laatste jaren niet meer gezien, maar komt deze mogelijk nog wel voor. Een overzicht van die groeiplaatsen staan op de kaart bij het project 'Staat deze plant er nog?' Actuele, gedetailleerde gegevens van de groeiplaatsen zijn van groot belang voor de bescherming van de soort. Help daarom mee om Zwartblauwe rapunzel op deze plaatsen terug te vinden.



Zwartblauwe rapunzel. Foto: Ton Hermans

De Zwartblauwe rapunzel (Phyteuma spicatum subsp. nigrum) is een prachtige, overblijvende plantensoort van vochtige, lichte plekken langs bosranden en bospaden en groeit daar vaak samen met Bosanemoon en Slanke sleutelbloem. In Drenthe komt de soort ook in beekdalhooilanden voor, maar in Noord-Brabant is zij hieruit inmiddels verdwenen. De Zwartblauwe rapunzel komt alleen in het centrale deel van Europa voor. De Nederlandse groeiplaatsen liggen aan de uiterste noordwest-grens van dit areaal. Zowel wat betreft het aantal groeiplaatsen als wat betreft het aantal exemplaren per groeiplaats is de soort de laatste decennia sterk achteruitgegaan. De afname in kilometerhokken bedraagt sinds 1950 maar liefst 50-75%! Een inventarisatie in het voorjaar van 2013 toonde aan dat er in Noord-Brabant nog maar vier zéér kleine, geïsoleerde populaties resteren, die samen niet meer dan 15 bloeiende planten tellen! Om te bekijken hoe het met de Zwartblauwe rapunzel in Drenthe gaat, van oudsher het belangrijkste bolwerk voor deze soort in Nederland, gaan we in 2014 ook de Drentse groeiplaatsen actualiseren. Dit doen we samen met de vrijwilligers van de Werkgroep Florakartering Drenthe. Mogelijke oorzaken van de landelijke achteruitgang liggen in een combinatie van verlies van habitatkwaliteit en een slecht kiemmilieu, maar waarschijnlijk ook aan interne problemen van de populaties, zoals gebrek aan voldoende zaden door verlies van genetische variatie.

Herstelplan Noord-Brabant

Dankzij een subsidie van de Provincie Noord-Brabant kon FLORON, samen met Science4Nature, Brabants Landschap en Staatsbosbeheer, aan de slag om de Zwartblauwe rapunzel voor Noord-Brabant te behouden. In 2013 bestonden de activiteiten uit het lokaal kappen van struiken door de terreinbeheerder waardoor de groeiplaatsen lichter zijn geworden en is het beheer aangepast om op korte termijn de planten veilig te stellen. Daarnaast is de productie van zaden een handje geholpen door handmatig stuifmeel van de ene naar de andere plant te brengen. Voor een goede zaadzetting is de Zwartblauwe rapunzel van twee factoren afhankelijk, namelijk de aanwezigheid van bestuivers (hommels met een korte tot middellange tong) én voldoende planten die genetisch verschillend zijn, want alleen die kunnen succesvol zaden met elkaar maken. Dat was een tijdrovend klusje, omdat er elke dag maar enkele bloemen open zijn, maar het heeft wel geleid tot de productie van meer zaden. In overleg met de terreinbeheerders is ervoor gekozen om een deel van de zaden dit jaar uit te zaaien op daarvoor geschikte plekken en een deel te reserveren voor de uitvoering van een herstelprogramma.
De omvang van de resterende populaties in Noord-Brabant is echter dusdanig klein dat spontaan herstel nihil zal zijn, ook na habitatherstel. Om uitsterven te voorkomen is het noodzakelijk om maatregelen te treffen die levensvatbaarheid van de populaties vergroot. Deze maatregelen bestaan uit het verbeteren van de habitat en vergroting van de genetische diversiteit en dus populatiegrootte.
FLORON en Science4Nature hebben hiervoor een herstelprogramma opgesteld, waarbij gestreefd wordt naar een duurzame instandhouding van de Zwartblauwe rapunzel op meerdere locaties in Noord-Brabant. Voor het vergroten van de genetische diversiteit wordt gebruik gemaakt van al het oorspronkelijke genetische materiaal dat in de regio nog aanwezig is. We hopen snel met de uitvoering van het herstelprogramma te kunnen starten. Hopelijk zijn we nog niet te laat.

Herstelplan Drenthe

Ook in Drenthe werken we actief aan het behoud en herstel van de Zwartblauwe rapunzel We zijn gestart met het actualiseren van de groeiplaatsen in 2014. Hieruit blijkt dat in Drenthe de Zwartblauwe rapunzel nog in acht kilometerhokken voorkomt. Hoewel ze de afgelopen decennia ook in Drenthe onmiskenbaar achteruit is gegaan, komen er in het Drentse Aa-gebied nog steeds enkele grote rijkbloeiende populaties voor. Een beeld dat rooskleuriger is dan op voorhand werd ingeschat, zie ook het natuurbericht ‘’Zoeken naar Zwartblauwe rapunzels’’. De rijke groeiplaatsen in Drenthe zijn ondertussen van nationale betekenis en meer dan de moeite waard om te worden behouden. Om dat doel te bereiken hebben FLORON, de Werkgroep Florakartering Drenthe en Staatsbosbeheer de handen ineengeslagen en een beschermingsplan opgesteld. Dit moet uiteindelijk resulteren in praktische beheer- en herstelmaatregelen die gericht zijn op behoud en herstel van de Zwartblauwe rapunzel in Drenthe. De uitvoering van het beschermingsplan is mogelijk dankzij een financiële bijdrage van de Provincie Drenthe, het Prins Bernard Cultuurfonds en de gemeenten Tynaarlo en Aa en Hunze.