Login
  Search  
 
 
Nieuws.
Planten zijn niet zo mobiel als dieren. Toch is de flora flink 'in beweging'. Er is dan ook altijd wel wat te melden. Hieronder kun je er meer over lezen in tal van nieuwsberichten over opmerkelijke ontdekkingen, leuke wetenswaardigheden en nieuwe ontwikkelingen in recente jaren. Ook nieuwsberichten over FLORON als organisatie, over nieuwe projecten en projectresultaten tref je hier aan. Daarover is ook regelmatig te lezen in FLORONNieuws.
Nieuws
28

Dit rapport behandelt de resultaten van het Floristisch Meetnet Oevers Zoete Rijkswateren na de derde ronde langs de Zoete Getijdewateren in 2006. Het meetnet wordt sinds 1996 door FLORON uitgevoerd in opdracht RWS Waterdienst met als doel trends in Floristische Kwaliteit en Milieukwaliteit te signaleren in de oeverecosystemen langs de Zoete Rijkswateren.
Het meetnet is opgebouwd uit een selectie van ruim 400 kilometerhokken (km-hokken) langs de zoete rijkswateren: IJsselmeer en Markermeer, Randmeren, Rijntakken, Maas en Zoete Getijdewateren. Bij het samenstellen van deze selectie is gestreefd naar een zo evenredig mogelijke verdeling over de verschillende watersystemen en over de gebruikscategorieën (agrarisch, natuur). Km-hokken met voornamelijk stedelijk gebied zijn buiten de selectie gehouden. Het meetnet beperkt zich tot de flora van de oeverzone; het gebied tussen het zomerbed en de kruin van de winterdijk. De oeverzone van de geselecteerde km-hokken wordt iedere vier jaar geïnventariseerd op alle voorkomende plantensoorten. Van een aantal soorten wordt naast de presentie ook de abundantie opgenomen en van lokaal voorkomende Rode-Lijstsoorten wordt de verspreiding gedetailleerd vastgelegd. Een klein aantal km-hokken (het z.g. schaduwmeetnet) wordt jaarlijks opgenomen.
Tijdens de derde ronde ronde langs de Zoete Getijdewateren is het buitendijkse deel van 65 km-hokken geïnventariseerd. In totaal zijn er 581 taxa hogere planten waargenomen (hfdst. 3.3). De Zoete Getijdewateren zijn onderverdeeld in drie deelsystemen: Haringvliet/Hollandsch Diep, Biesbosch en Volkerak-Zoommeer. Binnen deelsysteem Haringvliet/Hollandsch Diep zijn de meeste soorten aangetroffen. Binnen dit deelsysteem is ook het hoogste aantal Rode-lijstsoorten aangetroffen. Het Haringvliet/Hollandsch Diep is het meest gevarieerde deelsysteem en vertoont van west naar oost gradiënten van (licht) brak naar zoet en van zandig naar klei. Het gemiddeld aantal soorten per km-hok is met 145 het hoogst binnen deelsysteem Biesbosch; het gemiddeld aantal Rode-Lijstsoorten per km-hok is hier met 2,4 het laagst. Binnen deelsysteem Volkerak-Zoommeer is het totaal aantal waargenomen soorten het laagst en ook het gemiddeld aantal soorten per km-hok is hier met 119 het laagst. Het gemiddeld aantal Rode-Lijstsoorten per km-hok ligt met 4 echter relatief hoog. In totaal zijn er langs de Zoete Getijdewateren 36 Rode-lijstsoorten en 14 wettelijk beschermde soorten waargenomen (hfdst. 3.4).
Binnen de Zoete Getijdewateren bestaat een aanzienlijk deel van het buitendijkse gebied uit beschermde natuurgebieden. De Biesbosch, het Krammer-Volkerak en het Haringvliet liggen grotendeels binnen aangemelde Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). Langs het Hollandsch Diep is alleen een gedeelte van de Noordoever aangemeld. Het Zoommeer is alleen Vogelrichtlijngebied (hfdst. 3.4).
Door het extensieve beheer in de Biesbosch zijn de ecosysteemtypen Vochtige ruigte en Zachthoutooibos hier overwegend goed tot zeer goed ontwikkeld (hfdst. 4.2). De ecosysteemtypen Vochtige ruigte en Zachthoutooibos komen in grote lijnen overeen met resp. de Habitattypen 6430-Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland en 91E0 Alluviale bossen met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae).
Het Volkerak-Zoommeer onderscheidt zich door het lokaal voorkomen van zeer goed ontwikkeld Zilt grasland en Buitendijks grasland. Het Buitendijks grasland komt binnen dit deelsysteem voor in een vorm die grote gelijkenis vertoont met vochtige duinvalleien (hfdst. 4.2).
Het Volkerak-Zoommeer onderscheidt zich, wat Milieukwaliteit betreft, door een relatief hoog zoutgetal. Het Oevergetal (een maat voor de aanwezigheid van gevarieerde oevervegetaties) is het hoogst in de Biesbosch. Zowel het Oevergetal als het Dynamiekgetal (een maat voor de aanwezigheid van natte en droge pioniervegetaties) zijn binnen de km-hokken met natuurgebieden duidelijk hoger dan binnen km-hokken met andere gebruikscategorieën (hfdst. 5.2).
Op de deelmaatlat Soortensamenstelling macrofyten (berekend met de km-hokken uit het meetnet als proefvlak!) hebben de drie KRW-waterlichamen “Haringvliet-oost, Hollandsch Diep en Amer”, “Brabantse Biesbosch” en “Dordtsche Biesbosch, Nieuwe Merwede” een score van ongeveer 0,50 (matig) (hfdst. 6.2).
Wat betreft de binnen het Meetnet Oevers Zoete Rijkswateren geformuleerde streefbeelden wordt een goede toestand alleen gerealiseerd voor de ecosysteemtypen Vochtige ruigte, Moeras en Zachthoutooibos binnen deelsysteem Biesbosch (hfdst. 7.3.2).
Binnen de deelsystemen Haringvliet/Hollandsch Diep en Biesbosch is een afname van het gemiddeld aantal soorten per km-hok geconstateerd (hfdst. 7.2). In de Biesbosch is ook een lichte afname van het gemiddelde aantal Rode-lijstsoorten per km-hok geconstateerd. Binnen deze deelsystemen zijn vooral soorten van Slikkige oever en Getijderuigte minder frequent en/of in lagere abundanties aangetroffen, hetgeen geresulteerd heeft in een lagere Floristische Kwaliteit voor deze ecosysteemtypen ten opzichte van de vorige ronde (hfdst. 7.3). De in veel km-hokken binnen bovengenoemde deelsystemen geconstateerde afname van het Dynamiekgetal wordt ook grotendeels veroorzaakt door de afname van de natte pioniersoorten van slikkige oevers.
Binnen het Volkerak-Zoommeer houden de zoute vegetaties lokaal opvallend goed stand. Slechts enkele zoute soorten vertonen in de derde ronde een duidelijke achteruitgang (hfdst. 7.4). Het aantal “zoete” soorten neemt echter iedere ronde geleidelijk toe, hetgeen ondermeer tot uiting komt in een beginnende ontwikkeling van de ecosysteemtypen Vochtige ruigte, Moeras en Zacht- en Hardhoutooibos. Opmerkelijk is de toename van Rondbladig wintergroen binnen dit deelsysteem. De verschuiving in soortensamenstelling binnen het Volkerak-Zoommeer komt ook tot uiting in de opschuiving van de gemiddelde areaalligging naar het oosten (hfdst. 7.5).
De effecten van de storm in 2002 op de wilgenbossen in de Biesbosch zijn niet éénduidig. Van de toegenomen hoeveelheid licht op de bosbodem hebben enerzijds sommige soorten (o.a. Hondstarwegras) geprofiteerd. Anderzijds is door de de toegenomen hoeveelheid licht de verruiging (bramen) toegenomen. Door de storm is de diversiteit aan standplaatsen wel toegenomen (droge wortelkluiten, natte wortelgaten, liggend dood hout).
Lokaal lijken enkele exoten zich uit te breiden. Er zijn aanwijzingen dat in de Biesbosch het inheemse Groot springzaad uit een deel van zijn standplaatsen in de wilgengrienden verdrongen wordt door de exoot Reuzenbalsemien. Langs het Haringvliet vormt Late guldenroede plaatselijk (o.a. Tiengemeten, Quackgors) soortenarme ruigten. Bij de Slikken van de Heen en langs het Schelde-Rijnkanaal (Eendracht) zijn plaatselijk ruigten ontstaan van Reuzenberenklauw.

Beringen, R., C.L.G.Groen & A.J.G.A. Rossenaar, 2006. Floristisch Meetnet Oevers Zoete Rijkswateren 2006; uitwerking derde ronde Zoete Getijdewateren. FLORON-rapport 42. RWS RIZA rapport 2007.015. Stichting FLORON, Leiden.

Geplaatst in: Rapporten

  © PlumIT
Terms Of Use  Privacy Statement