Korte karakteristiek van het district
Zeeland bestaat voor het grootste deel uit kleipolders met resten oudland (Yerseke Moer), kreken (Braakman) en dijken (Zuid-Beveland), en de grote Deltawateren (Westerschelde (Saeftinghe), Oosterschelde, Veerse Meer, Grevelingen). Belangrijke duingebieden zijn de Kop van Schouwen, de Manteling en het Zwin. Op de grens met België wat pleistoceen zand. Grootschalige brakke natuurontwikkeling op Schouwen en Tholen (plan Tureluur).

Slikken en schorren bevatten, samen met duinen, dijken, oudlandgebieden en kreken, de belangrijkste botanische waarden.

Echte (vroeger: ”Vlaamse’’) peterselie is een Zeeuwse specialiteit. De gehele Nederlandse populatie groeit in district 17. In 2001 en 2002 werden enkele nieuwe groeiplaatsen ontdekt.

Aantal soorten per km-hok zoals bekend in FLORBASE (FB-2H).

De Graslathyrus (Lathyrus nissolia) heeft een bolwerk op de Zeeuwse dijken.
Uitgaven
Gids voor zeldzame akkerkruiden in Zeeland

In 2002 is het boekje 'Gids voor zeldzame akkerkruiden in Zeeland' verschenen. Dit boekje is ontstaan uit een samenwerking van Het Zeeuwse Landschap, ZLTO. SLZ, FLORON district Zeeland en de Provincie Zeeland. Het vormt een onderdeel van de extra aandacht die de komende jaren gegeven zal worden aan de akkerkruiden. De volgende soorten zijn opgenomen in de gids: Akkerandoorn, Akkerboterbloem, Akkerdoornzaad, Akkerklokje, Blauw walstro, Doffe ereprijs,
Driehoornig walstro, Eironde leeuwenbek, Groot spiegelklokje, Grote leeuwenklauw, Klein spiegelklokje, Kleine wolfsmelk, Korensla, Slanke wikke, Spiesleeuwenbek, Stinkende ganzenvoet, Tengere veldmuur en Wilde peterselie.
Doel is de komende jaren zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de verspreiding van deze soorten in Zeeland. Daarom het verzoek om de komende tijd veel aandacht te besteden aan ogenschijnlijk saaie akkers.